NIEUWS

Waarde van gemeentelijke data onvoldoende benut door gebrek aan standaarden



Data-hergebruikers snakken naar meer en beter gestandaardiseerd aangeleverde gemeentelijke data om analyses mee uit te voeren of applicaties mee te bouwen.”Maar dat standaardiseren kunnen die data-tovenaars toch allemaal zelf?”, is vaak de reactie bij gemeenten. Een misvatting die ertoe leidt dat veel potentiële waarde van gemeentelijke data vooralsnog onbenut blijft.

Dat is een van de conclusies die Jesse Hablé van de TU Delft trekt in zijn masterscriptie die hij schreef bij Open State Foundation.

Hoe zorgen we ervoor dat we als maatschappij profiteren van gemeentelijke data? Een open dataset krijgt pas echt waarde als de inhoud ervan wordt gebruikt. Van de gemiddelde onderzoeker, journalist, ondernemer of burger kan niet worden verwacht dat zij of hij om kan gaan met complexe databestanden, die ook nog eens van elkaar verschillen waardoor er moeilijk analyses te maken zijn. Om deze reden worden data-initiatieven genomen door gespecialiseerde ‘intermediair’s, zoals Open State Foundation. Zij jagen de ontsluiting aan van gemeentelijke data, ontwikkelen data-applicaties en geven daarmee betekenis aan data voor burgers. 

‘Intermediairs’ maken wirwar van informatie behapbaar
Intermediairs zijn daarom cruciaal in het waardecreatieproces. Het zijn data-specialisten in de private sector, bij media-organisaties, NGO’s, onderwijsinstellingen en – in enkele gevallen – bij de overheid zelf die data contextualiseren en zo de grote wirwar van informatie behapbaar maken voor het grote publiek. Doordat zij focussen op een maatschappijbreed doel in het ontwikkelen van data-initiatieven, vloeit de waarde van door belastinggeld gegenereerde data op die manier terug naar de belastingbetaler.

Zo ontwikkelde Open State Foundation een platform met gemeentelijke data over stemlokalen, waarbij burgers gemakkelijk stemlocaties kunnen vinden op verkiezingsdag, en onderzoekers vanuit verschillende hoeken analyses konden loslaten op de locaties. Civity, aanjager van smart city-applicaties, verbeterde gemeentelijke processen door bestaande data over meldingen, locaties van vuilnisbakken en straatverlichting in te laden in de door hen ontwikkelde meldingapplicatie.

Samenwerken om waarde te creëren
Deze initiatieven verbeteren niet alleen belangrijke maatschappelijke processen (stemmen, orde in de publieke omgeving), maar creëren ook kansen voor gemeenten om hun processen te verbeteren. Ondertussen wordt innovatie op gang gebracht en verdienen ondernemers er een boterham aan.

Het is dus van belang dat drie partijen hun steentje bijdragen aan het proces: (1) gemeenten publiceren data, (2) intermediairs ontwikkelen applicaties en (3) burgers gebruiken de applicaties. De kernconclusie van het onderzoek van Jesse Hablé betreft vier ingrediënten om te zorgen dat de drie partijen hun taken uitvoeren in het systeem. Zie onderstaande figuur:

1. Gemeentelijke ontvankelijkheid voor data-initiatieven van intermediairs.
Intermediairs zijn als antennes in de maatschappij die in staat zijn om overheidsdata aan maatschappelijke vraagstukken te koppelen. Als gemeenten niet alleen toegang verlenen tot bestaande data, maar ook bereid zijn interne procedures te wijzigen om data op een gestandaardiseerde manier te genereren, kan de intermediair haar werk doen. 

2. Technische ondersteuning van intermediairs voor implementatie
Er zit bij sommige gemeenten niet voldoende technische vaardigheid om data op een gestandaardiseerde manier aan te leveren. Gemeenten bouwen daarom op de kennis van intermediairs voor het implementeren van data-initiatieven, en op het ondersteunen van het inrichten van data-gerichte gemeentelijke processen. 

3. Ruchtbaarheid via kanalen brengt burgers op de hoogte van initiatief
Om burgers te betrekken bij data-initiatieven moet ruchtbaarheid gegeven worden door de initiatieven te promoten daar waar burgers zich begeven. Door het delen van het initiatief via sociale media, op dát moment dat burgers het nodig hebben, worden burgers op hun behoeften geattendeerd. Door journalistiek hergebruik van data wordt het maatschappelijk doel van de initiatieven op de kaart gezet en verspreid onder burgers.

4. Gebruiksvriendelijkheid in initiatieven stimuleert burgerparticipatie
Er liggen kansen voor waardecreatie wanneer burgers niet alleen kennis nemen van informatie op basis van data, maar ook actief reageren en/of bijdragen aan data. Dit is bijvoorbeeld het geval in citizen sourcing initiatieven, zoals bij de meldingen openbare ruimte. Tegenwoordig wordt er door burgers ver ontwikkelde gebruiksvriendelijkheid verwacht om actieve deelname te faciliteren. 

Oproep: gemeenten, help intermediaries op weg door gestandaardiseerde data aan te leveren

Zoals het onderzoek toont, moeten om de potentie van waarde uit gemeentelijke data waar te maken, intermediairs, burgers en gemeenten allemaal hun steentje bijdragen. Nederlandse gemeenten participeren niet altijd actief, terwijl er nog veel te winnen is voor gemeentelijke data, zoals die van de High Value datalijst.

Maar wat moet er dan verwacht worden van gemeenten? Gemeentelijke kunnen met name het verschil maken door het aanleveren van gestandaardiseerde data. Gemeenten zijn nog wel eens geneigd te denken dat intermediairs data zonder hun toedoen kunnen verzamelen. Daarbij beroepen zij zich, zo bleek tijdens dit onderzoek, op speculaties over recente ontwikkelen in datamanipulatie en algoritmes om data uit overheidswebsites los te weken.

Zij onderschatten daarmee hoeveel bloed, zweet en tranen intermediairs zouden moeten steken in het omzetten van gemeentelijke data naar een data-standaard voor een applicatie. Neem ook in acht dat dit proces 355 keer zo moeilijk wordt als iedere Nederlands gemeente op een andere manier publiceert. Om het proces snel te laten verlopen, zijn intermediairs daarom nog sterk afhankelijk van gestandaardiseerd aangeleverde data. 

Initiatieven uit de maatschappij met centrale coördinatie
Intermediairs kunnen met hun expertise gemeenten wel ondersteuning bieden in de data-aanlevering door het opstellen van de data-standaard, duidelijke instructie voor aanlevering en het opstellen van crowd source platforms voor gemakkelijke data aanlevering. Hier ligt ook een rol weggelegd voor de VNG en het ministerie van BZK. Zoals eerder aangetoond in een internationaal vergelijkend onderzoek uitgevoerd door Open State Foundation en Universiteit Utrecht, is centrale coördinatie vanuit het ministerie of de VNG een goede oplossing om meer data online en gestandaardiseerd te krijgen. De strekking van dat onderzoek was sterk gericht op het inrichten van top down procedures van hogere overheden.

Dit onderzoek echter, richtte zich op het proces van een data-initiatief, ondernomen vanuit een maatschappelijk vraagstuk, en beschreef het bottom-up proces. Gezamenlijk propageren de resultaten een databeleid vanuit een combinatie van het nut van bottom-up-initiatieven, met top-down-sturing. Als centrale instellingen de eenduidigheid in datapublicatie tussen gemeenten enerzijds, en de continuïteit van initiatieven uit de maatschappij anderzijds waarborgen, zullen we gebruik maken van de kansen die liggen in digitale transparantie van de overheid.