Kamer wil meer duidelijkheid en tempo rondom lobbyregister
“Niet nog een keer jaren wachten”, “tempo”, “concreet” en vooral: wanneer komt het lobbyregister er nu echt? De Tweede Kamer vroeg minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken donderdag om duidelijkheid over de invoering van het lobbyregister. Na jaren van onderzoeken, aangenomen moties en kritiek van GRECO ligt de vraag inmiddels niet meer óf er een lobbyregister moet komen, maar hoe het eruit komt te zien en wanneer het daadwerkelijk wordt ingevoerd.
Open State Foundation pleit al jaren voor een verplicht lobbyregister. Lobbyen is een belangrijk onderdeel van onze democratie: bedrijven, maatschappelijke organisaties, vakbonden en burgers moeten hun belangen onder de aandacht brengen bij politiek en overheid. Maar om publieke besluitvorming controleerbaar te maken, moet wel zichtbaar zijn wie invloed probeert uit te oefenen, met welk belang en waarover.
Renilde Huizenga (D66): transparantie leidt niet automatisch tot administratieve lasten
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken debatteerde daar op 24 september over met minister Heerma. D66-Kamerlid Renilde Huizenga opende het debat en verwees vrijwel direct naar het model-lobbyregister dat Open State Foundation heeft ontwikkeld. Volgens Huizenga laat de demo zien dat transparantie niet automatisch tot grote administratieve lasten hoeft te leiden. Ze vroeg de minister of hij het model kent en of hij het uitgangspunt deelt dat een lobbyregister effectief moet zijn, maar tegelijkertijd eenvoudig moet blijven voor zowel lobbyisten als ambtsdragers.
Daar bleef het niet bij. Huizenga wilde ook weten wanneer het register er daadwerkelijk komt, zij vroeg naar een streefdatum voor de inwerkingtreding van de wet. Hierop antwoordde Minister Heerma: “Wetgevingstrajecten duren gewoon snel twee jaar.” Maar wel met de kanttekening, “Ik heb in het eerste half jaar dat ik minister ben al een aantal keer een streefdatum naar achteren moeten bijstellen, omdat die te ambitieus was vastgesteld.”
Daarnaast vroeg Renilde aandacht voor de reikwijdte. Als bijvoorbeeld de ambtelijke top buiten het register valt, blijft een belangrijk deel van de beïnvloeding van beleid mogelijk buiten beeld.
Mikal Tseggai (PRO): een beetje integer bestaat niet
Ook Mikal Tseggai (PRO) drong aan op tempo. Zij wees erop dat Nederland al sinds de aanbevelingen van GRECO in 2018 praat over meer transparantie rond lobby en dat de Tweede Kamer inmiddels meerdere moties heeft aangenomen om een lobbyregister in te voeren. Toch is dat register er nog steeds niet. De eerder door de Kamer gewenste invoeringsdatum van 1 september 2026 is inmiddels verstreken. De vraag aan de minister was daarom opnieuw: wanneer dan wel?
Ook gaf Tseggai aan dat er telkens eigenlijk vooral gepraat wordt over een lobbyregister, ze verwees hierbij naar de Kamerbrief uit mei waarin opnieuw een brede consultatieronde met diverse partijen zal worden gehouden en waar Open State ook bij is betrokken. Tseggai: “maar zijn ambtsvoorganger heeft dit vorig jaar al gedaan met zo een stakeholdertraject. Dus ik vroeg me af: Waarom gaan we dat nu opnieuw doen.”
Hierop reageerde Minister Heerma dat in het eerste traject de vraag centraal stond óf er een lobbyregister moet komen, terwijl er nu antwoord op de vraag moet komen hoe dat lobbyregister er uit moet zien. Aldus minister Heerma:
“Open State heeft de demoversie, waar mevrouw Huizinga naar refereerde, ontwikkeld en aan mijn ambtsvoorgangen gepresenteerd. En ik en mijn ambtenaren zijn er dus ook mee bekend. Ik ben het met D66 eens dat het verstandig is om nu in te zetten op een register dat zijn doel bereikt en makkelijk te gebruiken is.”
Hoewel wij het vanuit Open State waardevol vinden dat diverse partijen zijn betrokken in het proces, komt nog een tweede consultatieronde ons voor als onnodig uitstel. Zoals gezegd heeft Open State al in de eerste ronde een eigen lobbyregister model gepresenteerd dat laagdrempelig en werkbaar is, terwijl het tegelijkertijd via filterfuncties veel beter inzicht biedt dan de huidige openbare agenda’s bewindspersonen.
Tegengeluid:
Niet alle Kamerleden staan positief tegenover een lobbyregister. VVD, JA21 en SGP vroegen vooral aandacht voor de uitvoerbaarheid, de proportionaliteit en de vraag welk probleem het register precies oplost.
Wim Meulenkamp (VVD) wilde vooral geen onnodige bureaucratie en vroeg de minister hoe voorkomen wordt dat het lobbyregister te bureaucratisch wordt. Op een interruptie van Klemmink (JA21), die vroeg of er ook een kabinetsvoorstel zou kunnen komen waar de VVD geen steun aan zou geven, hield Meulenkamp zich op de vlakte: hij vond het te vroeg om daar iets over te zeggen zolang de minister zijn formele aanpak nog niet had gedeeld.
Ranjith Clemminck (JA21) formuleerde het scherpst: “wil de echte lobbyist opstaan?” Hij vroeg zich hardop af wie eigenlijk onder de definitie valt: Is een beleidsmedewerker van een ngo een lobbyist, of alleen de directeur?
GRECO gaf echter in 2017 al een hanteerbare definitie van lobbyen, namelijk: “het naar voren brengen van een specifiek belang door communicatie met een overheidsvertegenwoordiger als onderdeel van een actie gericht op beïnvloeding van openbare besluitvorming”. Een lobbyist is “elke natuurlijke of rechtspersoon die lobbyt”.
André Flach (SGP) gaf de meest principiële kritiek. Het idee klinkt volgens hem mooi: “de burger krijgt in beeld wat er achter de schermen gebeurt, eindelijk politiek zonder geheimen.” Daar plaatste hij tegenover: “politiek kan niet zonder beslotenheid.” Hij vroeg zich hardop af of de Kamer hiermee door moet gaan: “Creëren we door vormen van gestold wantrouwen niet vooral schijntransparantie? Waarbij de politiek zich juist door een register nog kronkeliger gaat gedragen.” Hij vroeg wat de beoogde winst precies is en of die opweegt tegen de rompslomp. Integer bestuur laat zich volgens hem niet afdwingen met protocollen, regels en registers: de kern is de eigen verantwoordelijkheid van ambtenaren, volksvertegenwoordigers en bestuurders zelf, en het voortdurende gesprek daarover.
Op de zorgen van Flach dat een lobbyregister wantrouwen kan aanwakkeren, reageerde minister Heerma vanuit een tegenovergesteld vertrekpunt: “transparantie an sich is iets goeds.” Nederland is volgens hem een land waar “op heel veel lagen integriteit de norm is,” en transparantie kan dat juist laten zien: “het kan demystificeren.”
Heerma erkende wel het gevaar dat Flach schetste, dat het “een wapen wordt om elkaar mee om de oren te slaan en daarmee wantrouwen te zaaien, daar ben ik het zeer mee eens.” Maar hij zag dat als “bijna meer een reflectievraag over hoe we met elkaar het politieke debat voeren,” niet als een tekortkoming van het register zelf. Zijn conclusie: “transparantie helpt in de Nederlandse context juist aan het voorkomen van wantrouwen waar het niet nodig is.”
Toezeggingen
Voor het einde van het jaar wil Heerma meer duidelijkheid geven over de keuzes voor het lobbyregister. Daarbij kijkt het kabinet naar buitenlandse voorbeelden en worden stakeholders betrokken bij de verdere uitwerking, waaronder Open State.
Ook zegde de minister toe de Kamer te informeren over het tijdspad en over de samenhang tussen het lobbyregister en bestaande transparantie-instrumenten, zoals de openbare agenda’s van bewindspersonen en lobby paragrafen bij wetgeving.
Tseggai vroeg aan het einde van het debat een tweeminutendebat aan. Kamerleden krijgen daarmee de mogelijkheid om moties in te dienen en het kabinet verder richting te geven.